We waren vrienden – Doelgerichte teams deel 3 (teamrollen)

Er zijn verschillende strategieen om doelgericht team te worden. Dat kan je ontdekken met de teamrollen van de De Voetbaltest. Of je leest het in de exclusieve blogs van Jaap Visser. In ieder verhaal staat een andere spelstrategie centraal. Lees hier deel 3 van zijn inspirerende voetbalverhalen!

Feyenoord 1970

Hand in hand gingen de kameraden van het grootste Feyenoord aller tijden door het voetballeven. Ze knokten voor elkaar in het veld, soms letterlijk, en ze hielpen elkaar buiten het veld, met allerhande klusjes.  Wie de bal knullig verspeelde, kreeg onder uit de zak van zijn ploegmakkers, maar die vlogen vervolgens wel grommend en tierend op de tegenstander af, om die de bal weer te ontfutselen. De Feyenoorders van 6 mei 1970, de mooiste dag uit de clubgeschiedenis, toen voor het eerste een Nederlandse club de Europa Cup veroverde, voelden zich veilig in hun ploeg die uitblonk in onverzettelijkheid en teamspirit. Ze wisten zich gedekt door hun kameraden. En in Ernst Happel hadden ze een trainer die hen er van overtuigde dat zij eensgezind, hand in hand, de hele wereld aankonden.

De basis voor het succes van 1970 werd gelegd in het begin van de jaren zestig. Toen maakte kameraadschap een elftal met een handvol zeer goede voetballers en een briljante linksbuiten, Coen Moulijn, tot zo’n hechte formatie dat het boven zichzelf wist uit te stijgen. Wie er trainer was deed er nauwelijks toe. Keeper Eddy Pieters Graafland, de verdedigers Gerard Kerkum en Hans Kraaij, middenvelder Frans Bouwmeester en de aanvallers Henk Schouten, Cor van der Gijp en Coen Moulijn hadden genoeg aan elkaars tactische inzichten. Zij bepaalden hoe er werd gespeeld en Schouten, Van der Gijp en Moulijn zorgden er voor dat er altijd wel wat te lachen viel, tot in de kleedkamer aan toe. Als daar de grote voorzitter Cor Kieboom het elftal een hart onder de riem kwam steken, riep grappenmaker Schouten: ‘Meneer Kieboom, zult u voor ons duimen?’ Ome Cor, Feyenoord aartsvader, stond dan met de handen op de rug, de linker verpakt in de rechter, want van die linker was hij in de oorlog de duim kwijtgeraakt.

Humor, vriendschap en hecht teamverband, brachten dit Feyenoord ver. Kerkum pakte de tegenstander de bal af, waarop Kraaij de aanval opzette, Bouwmeester diep speelde op Moulijn die de bal vanaf links perfect voorgaf waarna Van der Gijp raak kopte, of Schouten ‘m in de kruising joeg. Moulijn leeft niet meer, maar de tachtigers van het Feyenoord van de vroege jaren zestig zoeken elkaar nog geregeld op, om te grappen en te grollen en om schaterend hun herinneringen langs te lopen uit het Europa Cup-seizoen 1962-1963 toen zij elkaar sturend en elkaar steunend tot aan de halve eindstrijd reikten.

Dat lukte als het ware spelenderwijs, grotendeels op eigen kracht, zonder sturende trainershand. Maar die bleek uiteindelijk wel nodig om het allerhoogste te halen. De innige samenwerking afstellen op de betere spelers in de aanval, Moulijn, Schouten en Van der Gijp, de kameraden die voor de doelpunten zorgden, maakte Feyenoord sterk, maar tegelijk ook kwetsbaar. Want er waren dagen waarop het niet zo lekker liep tussen de vrienden, omdat enkele van hen in mindere doen verkeerden. Dan keken de Feyenoorders elkaar aan en vroegen zich af: wat nu? Te rade gaan bij hun coach had weinig zin, want die goede man was slechts aangesteld om de conditie van de vriendenploeg op peil te houden, een opstelling met elf namen te maken en er voor te zorgen dat de bus naar de uitwedstrijden op tijd reed.

De ijzersterkte verdediger Rinus Israël, de uitgekookte middenvelders Wim Jansen en Willem van Hanegem en de koele schutter Ove Kindvall maakten Feyenoord eind jaren zestig nog wat sterker, slagvaardiger en vooral slimmer. En toen kwam Ernst Happel, een stoïcijnse hork uit Wenen, maar ook een trainer met een natuurlijk overwicht op zelfs de beste en meest eigengereide voetballers, omdat hij zelf zo’n grote speler was geweest, ongekend sluw was en voor de duvel nog niet bang. Het onwankelbare zelfvertrouwen van Happel sloeg over op Feyenoord dat prompt presteerde wat voor een Nederlandse ploeg onhaalbaar werd geacht: het winnen van de Europa Cup voor landskampioenen en het veroveren van de wereldbeker.

Wat Happel deed was zijn spelers inprenten dat geen elftal sterker dan Feyenoord was en verwarring stichten bij de tegenstander. Hij gebruikte daar een minimaal aantal woorden voor. Voor het Europa Cup-treffen met de onverslaanbaar geachte wereldkampioen AC Milan, in het najaar van 1969, zei Happel tegen Van Hanegem: ‘Du, Willem, Lodetti.’ En tegen Jansen: ‘Du, Wim, Rivera.’ Het leken rare opdrachten, omdat Giovanni Lodetti als de marathonman van Milan gold. Anders dan Van Hanegem was hij een onvermoeibare loper, net als Jansen, maar die werd dus aan de wat trage spelverdeler Gianni Riviera gekoppeld, meer een mannetje voor Van Hanegem zou je zeggen. Maar toen Van Hanegem dicht voor zijn eigen verdediging ging spelen, om Lodetti te kunnen opvangen en niet achter hem aan te hoeven draven, wist de marathonman niet meer hoe hij het had. En toen Jansen Rivera voortdurend voor de voeten liep en bij hem vandaan snelde zodra Feyenoord de bal had, liet de regisseur zich hoofdschuddend vervangen, kapotgelopen door die plaaggeest van Feyenoord.

Ernst Happel gaf Feyenoord zo veel zelfvertrouwen dat het gestaalde elftal er uiteindelijk van overliep. De vriendenploeg, waarvan in Rotterdam-Zuid nog steeds sprake was, werd overmoedig. Tegenstanders als het nietige UT Arad uit Roemenië, dat Feyenoord in de Europa Cup voor schut zette, werden onderschat. En de kameraadschap, die de ploeg zo hecht maakte, kreeg ook een keerzijde.

Toen de positie van rechtsbuiten Henk Wery wankelde omdat de clubleiding serieus overwoog de West-Duitse topper Jürgen Grabowski aan te trekken, sloten de rijen zich. Grabowski werd in een oefenwedstrijd het leven zo zuur gemaakt dat hij bedankte voor de eer om bij de Europese topploeg Feyenoord te komen spelen.

Deze kortzichtigheid kwam Feyenoord duur te staan, want elkaar in het veld te hulp schieten, mag dan een deugd zijn, door koste wat het kost elkaars positie in het elftal te verdedigen, hielden de vrienden de noodzakelijke verversing tegen. Behoudzucht en zelfoverschatting waren er dan ook mede de oorzaak van dat Feyenoord halverwege de jaren zeventig weggleed uit de Europese top.

Wilt u weten hoe een een doelgericht team kunt worden? Doe dan De Voetbaltest en ontdek de teamrollen en de ideale teamopstelling! Bel ons op 0626961659 of mail info@schateiland.com. Wil je het e-boek ‘Doelgerichte teams’ ontvangen? Dan horen wij dat graag!

Deel dit bericht...Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someone
Dit bericht is geplaatst in Teamrollen met de tags . Bookmark de permalink.